Wandel met De Componist

Een les achter de piano
Onlangs zat ik achter mijn piano. Ik was bezig met het instuderen van een nieuw stuk: de Passacaglia van Georg Friedrich Händel. Ik weet het, een hele mond vol. En ja, het was nog moeilijker te spelen dan uit te spreken. Dat bleek vooral toen mijn vingers een iets minder romantische interpretatie voor ogen hadden dan de dromerige uitvoering van deze Händel compositie.
Terwijl ik daar zat te zwoegen, gebeurde er iets bijzonders. Het klonk nog nergens naar. Tempo omlaag, opnieuw spelen, weer fout, terug en herhalen. Na vijftig, misschien honderd herhalingen van alleen de eerste paar maten wilde ik het even opgeven. Gelukkig was de vrucht van zelfbeheersing op dat moment sterk bij mij — want het boek had anders gevlogen!
Nog een keer proberen.
De melodie zat in mijn hoofd — ik wist precies hoe het moest klinken — maar mijn vingers weigerden, hoe graag ik het ook wilde spelen. Er zat een enorme kloof tussen wat ik wist en wat ik deed.
En precies op dat moment — midden in die worsteling — hoorde ik die vertrouwde stem van de Heilige Geest:
H.G: 'Zie je wat hier gebeurt? Hoor je de melodie al uit jouw handen komen die je voor ogen hebt?'
Ik: Nee. Het klinkt nergens naar: tempo, ritme, dynamiek — het lijkt een soep van losse noten. Het hapert, ik struikel over mijn vingers. Twijfel slaat in; kan ik dit wel, gaat het me wel lukken? Afijn, ik vraag me zelfs af of ik wel het juiste stuk voor ogen heb.
H.G: 'Wat doe je als je een fout maakt? Stop je, of ga je door?'
Ik: Ik ga terug naar de plek waar het fout ging en begin vandaar opnieuw — totdat het goed gaat. Tempo naar beneden zodat het behapbaar wordt, of de metronoom erbij. En als het echt niet lukt, vraag ik iemand om hulp die beter speelt dan ik.
H.G: 'Hoe weet je dat wat je speelt niet klopt?'
Ik: Omdat ik het origineel voor ogen heb. Ik heb het gezien en gehoord — ik weet hoe het hoort te klinken. Alles spiegel ik daaraan.
Een stilte.
Toen kwam Zijn les: ‘Dit is precies hoe het werkt met geestelijke gaven.’
Daarin zit een geestelijke waarheid: wat in de muziek gebeurt, is vergelijkbaar met wat er ook in ons geestelijk leven gebeurt op het gebied van gaven. Dit zou je ook naar geestelijke groei kunnen doortrekken zoals karaktervorming, maar de Heilige Geest koos specifiek dat woord.
Weten is niet hetzelfde als doen
Jakobus schrijft het zo — en ik houd van de directheid van dit vers:
'En wees daders van het Woord en niet alleen hoorders. Anders bedriegt u uzelf.'
— Jakobus 1:22 (HSV, © Stichting HSV en Royal Jongbloed 2010-2017)
Voor Jakobus is het probleem niet dat mensen het Woord niet kennen. Het probleem is dat zij denken dat horen hetzelfde is als gehoorzamen. Jakobus bestrijdt de gedachte dat weten gelijkstaat aan kunnen of doen.
Een Griekse parafrase van dit vers zou bijna zijn: ‘Word niet alleen verzamelaars van waarheid, maar mensen die het voortdurend toepassen zodat die waarheid zichtbaar wordt in hun leven.’
De Heilige Geest legde het mij zo uit: je wordt geen bestuurder door theorieboeken te lezen over autorijden. Je wordt een bestuurder door te rijden. Door achter dat stuur te gaan zitten. Door die eerste nerveuze kilometers te maken. Door fouten te maken en het opnieuw te proberen. En zo ook hier. Je wordt geen pianist door te lezen hoe je moet spelen. Je wordt een pianist door die toetsen aan te raken. Dag na dag. Uur na uur. Totdat je denken zich aanpast aan het originele stuk, jouw gehoor feilloos herkent wanneer je een foute noot speelt en jouw vingers weten wat ze moeten doen — op welk moment, in welk tempo, met welke dynamiek. Dit leer je niet uit een boek, maar door te ervaren in het toepassen.
Wees een pianist. Een pianist is niet iemand die ooit een muziekstuk heeft gespeeld. Het is iemand wiens leven gekenmerkt wordt door pianospelen — die zich er voortdurend in oefent, ook als het moeilijk is, ook als niemand luistert, ook als die veel fouten maakt. Zo is een christen niet iemand die ooit het Woord heeft gehoord. Het is iemand die het Woord voortdurend tot zich neemt en ernaar handelt, bij wie dat Woord zichtbaar wordt — in keuzes, in karakter, in wat hem iets kost.
Zo iemand heeft zijn zintuigen getraind, zoals Hebreeën dat zo mooi zegt:
'Ieder immers die van melk leeft, is onervaren in het woord van de gerechtigheid, want hij is een kind. Maar voor de volwassenen is er het vaste voedsel, voor hen die hun zintuigen door het gebruik ervan geoefend hebben om te kunnen onderscheiden tussen goed en kwaad.'
— Hebreeën 5:13-14 (HSV, © Stichting HSV en Royal Jongbloed 2010-2017)
We maken vaak de fout te denken dat we ‘er zijn’ als we de theorie begrijpen. Theorie is zeer belangrijk — je moet weten wat ‘de melk’ van piano spelen is, voordat je op die fundamenten kunt voortbouwen: bassleutel, vioolsleutel, hoe lees je het notenschrift en alles wat bij deze basis hoort. Zo ook met Gods Woord. Het is het referentiekader dat de Heilige Geest gebruikt om je alles binnen te brengen wat Jezus heeft gezegd:
Maar de Trooster, de Heilige Geest, Die de Vader zenden zal in Mijn Naam, Die zal u in alles onderwijzen en u in herinnering brengen alles wat Ik u gezegd heb.
— Johannes 14:26 (HSV, © Stichting HSV en Royal Jongbloed 2010-2017)
Maar daar hoort het niet bij te blijven.
We kunnen alles weten over vergeving, maar we leren pas echt wat het is op het moment dat we die ene persoon die ons heel veel pijn deed, recht in de ogen kunnen kijken en besluiten hem te vergeven. We leren pas mensen te genezen wanneer we durven uit te stappen en de zieke de handen op te leggen. Dat is de praktijk. Dat is het doen.
Een gave die niet geoefend wordt, brengt geen vrucht voort. Niet voor jezelf. En niet voor de ander. Het is zelfbedrog.
Groei vraagt oefening, herhaling en correctie
Toch is dit geen reden tot wanhoop of zelfveroordeling. Het is juist vaak het begin van groei. De fase van geloof en volharding. Paulus weet hoe zwaar die fase kan voelen:
‘En laten wij niet moede worden goed te doen, want te zijner tijd zullen wij oogsten, als wij niet verslappen.’
— Galaten 6:9 (HSV, © Stichting HSV en Royal Jongbloed 2010-2017)
Maar hoe houd je vol als de melodie nog steeds niet klinkt zoals je wilt? Niet op eigen wilskracht — maar door te blijven verblijven in de Bron. Jezus wijst ons daarop:
‘Zo gij in Mij blijft en Mijn woorden in u blijven, zal gebeuren wat gij begeren zult, en gij zult het krijgen.’
— Johannes 15:7 (HSV, © Stichting HSV en Royal Jongbloed 2010-2017)
‘Blijf in Mij, en Ik in u. Zoals de rank geen vrucht kan dragen uit zichzelf, als zij niet in de wijnstok blijft, zo ook u niet, als u niet in Mij blijft. Ik ben de Wijnstok, u de ranken; wie in Mij blijft, en Ik in hem, die draagt veel vrucht, want zonder Mij kunt u niets doen.
— Johannes 15:4-5 (HSV, © Stichting HSV en Royal Jongbloed 2010-2017)
Verblijven is geen prestatie die je volbrengt op eigen kracht. Het is een keuze van richting. Elke keer dat je het Woord oppakt in plaats van je telefoon. Elke keer dat je bidt in plaats van scrolt. Elke kleine keuze van richting is een daad van verblijven. En naarmate Zijn woorden in jou blijven — niet alleen gehoord, maar ingedronken, herhaald, geleefd — beginnen ze jou van binnenuit te vormen. Je verlangen verschuift. Je denken past zich aan. Wat eerst moeite kostte, wordt steeds natuurlijker.
Maar verblijven volstaat niet een halfuur per week op een zondagochtend. Toewijding is niet onderhandelbaar. Veel van ons denken: ‘Ik bid wel vijf minuten per dag, dat is genoeg.’ Beter dan niks zou ik zeggen. Maar stel je voor: een pianist die één keer per week 10 minuten speelt. Over tien jaar speelt hij nog steeds vals. Zijn gave blijft onderontwikkeld. Dit komt niet door een gebrek aan roeping, maar door een gebrek aan toewijding.
Want het Woord dat in jou blijft, wil naar buiten. Hij (Jezus als Woord) wil handen en voeten krijgen. Hij wil zichtbaar worden. Maar laat je niet misleiden: dit gebeurt niet vanzelf. Verblijven en doen zijn geen twee aparte stappen waarbij de een de ander automatisch volgt. Het zijn twee kanten van dezelfde beweging. Je verblijft door te doen — elke keer dat je gehoorzaamt, ga je dieper wortelen. En je doet vanuit het verblijven — elke keer dat je Zijn woorden ingedronken hebt, stap je met meer zekerheid uit. Jakobus 1:22 is dan ook geen extra opdracht bovenop het verblijven. Het is de toets of het verblijven echt is.
En dat vraagt oefening. Herhaling. Correctie. Dat laatste is in onze tijd misschien wel het minst populaire onderdeel. We willen graag bevestiging, maar correctie voelt vaak ongemakkelijk. Toch geldt: als jij zegt dat God jouw Vader is, laat je dan ook door Hem als Vader behandelen. Want een goede vader laat zijn kind niet aanmodderen. Hij onderwijst, corrigeert en disciplineert. Niet uit afwijzing, maar uit liefde — een bewijs van Zijn betrokkenheid. De schrijver van Hebreeën (Hebreeën 12:5-11) zegt dan ook dat God degenen disciplineert die Hij liefheeft. Dat is wat een vader hoort te doen — en dat is wat onze hemelse Vader doet, als wij Hem daartoe toelaten.
De hele Bijbel spoort ons tot actie aan — wandel in geloof, leef erin, mediteer erover, wees ijverig. Paulus begreep dit en hamerde er bij Timotheus op aan dit te doen:
'Maar verwerp de onheilige en onzinnige verzinsels en oefen uzelf in de godsvrucht.'
— 1 Timoteüs 4:7 (HSV, © Stichting HSV en Royal Jongbloed 2010-2017)
Dat woord oefenen komt van het Griekse gymnazō — waar wij ons woord gymnastiek vandaan halen. In de Griekse wereld betekende het letterlijk: trainen, oefenen, disciplineren, jezelf africhten voor een wedstrijd. Het werd gebruikt voor atleten die zich maanden of jaren voorbereidden op de grote spelen. Paulus kiest hier dus niet zomaar een woord voor ‘je best doen’. Hij kiest het woord van de atleet die zichzelf dag na dag formeert voor iets groters dan hijzelf.
En dan voegt hij daar dit aan toe:
‘Overdenk deze dingen, leef erin, opdat uw vorderingen op elk gebied openbaar worden.’
— 1 Timoteüs 4:15 (HSV, © Stichting HSV en Royal Jongbloed 2010-2017)
Overdenken gaat vooraf aan het doen. Op vele plaatsen zegt God ons — zowel in het Oude als het Nieuwe Testament — dat we Zijn woorden dag en nacht moeten mediteren, want dán zullen we voorspoedig zijn in al onze wegen (Jozua 1:8 en Psalm 1:1-3). Overdenken brengt geloof voort, en geloof brengt actie voort. Als jij gelooft dat jouw pianokruk breekt op het moment dat je erop gaat zitten, ga je er niet op zitten. Wanneer Gods Geest Zijn waarheid openbaart in jouw hart, brengt het kracht voort — kracht om wonderen en tekenen te doen, om karakter te vernieuwen en veel meer. Het zet jou in beweging.
Let op dat woord: vorderingen. Niet: plotselinge doorbraak. Niet: van nul naar honderd in één gebedsmoment. Vorderingen duiden op progressie — een groei die zichtbaar wordt over tijd, stap na stap, herhaling na herhaling.
Dat is precies wat een muzikant leert. Een student aan het conservatorium spendeert vier tot acht uur per dag aan oefening. Professionals die moeilijke stukken voordragen oefenen soms dertig tot tachtig uur voor een hoog niveau. In Warschau is er elke vijf jaar de International Fryderyk Chopin Piano Competition, waar de beste pianisten ter wereld strijden om een prestigieuze prijs. En zelfs zij beheersen zulke stukken nooit volledig — ze onderhouden ze voortdurend, beginnend soms al op vierjarige leeftijd.
Zo ook met geestelijke vaardigheid. Jouw vorderingen worden zichtbaar — voor jezelf, en voor de mensen om je heen. Niet omdat je ineens alles perfect doet, maar omdat de melodie steeds duidelijker hoorbaar wordt.
En laten we deze Persoon niet vergeten: de Heilige Geest is jouw toegewezen leraar. Hij zit naast je op de pianobank — om te begeleiden, aan te moedigen, uit te leggen. In tegenstelling tot een aardse leraar die een tijd meeloopt en daarna verdwijnt, blijft de Heilige Geest voor altijd bij jou.
Valse noten en nieuwe kansen
Nu wil ik even stilstaan bij iets wat veel mensen tegenhoudt. De valse noten.
Je bent begonnen. Je hebt geprobeerd. En toen ging er iets mis. Je bad voor iemand en er gebeurde niets zichtbaars. Je sprak een profetisch woord en het klopte niet helemaal. Je leidde iets en het liep verkeerd af. Je zong en het klonk niet zoals je gehoopt had.
En toen stopte je en bracht je jouw melodie tot stilte. Misschien lag de fout niet eens bij jezelf. Misschien nam jouw reactie erop een zijweg. Iemand bekritiseerde je, maakte je belachelijk of intimideerde je toen je jezelf kwetsbaar opstelde. En in plaats van opnieuw te spelen, trok je je terug in je eigen schulp, veiligheid zoekende.
En misschien is dat wel de grootste vergissing. Niet dat je een fout maakte. Niet dat iemand je pijn deed. Maar dat je vervolgens bescherming zocht op de verkeerde plaats.
Maar de Bijbel kent maar één antwoord op die neiging — en dat antwoord wijst altijd dezelfde kant op. God is onze Rots, ons Schild en onze Vesting. Zoals de bergen rondom Jeruzalem liggen, zo omringt de HEERE Zijn volk, van nu aan tot in eeuwigheid (Psalm 125:2). Daarom hoeven wij ons niet terug te trekken in zelfbescherming, alsof alles van ons afhangt. Petrus schrijft:
'Werp al uw zorgen op Hem, want Hij zorgt voor u.'
— 1 Petrus 5:7 (HSV, © Stichting HSV en Royal Jongbloed 2010-2017)
De Heilige Geest roept ons niet om onze wonden zelf te bewaken, maar om ermee naar Hem toe te gaan. Niet om in eigen kracht veiligheid te zoeken, maar om te schuilen bij Hem Die trouw is. Want alleen daar vind je de moed om opnieuw te spelen.
Die moed om opnieuw te spelen — elke muzikant weet precies wat dat vraagt. Je speelt een stuk. Je maakt een fout. En wat doe je dan? Je geeft niet op. Je houdt je doel voor ogen! Je gooit je muziekstuk niet weg. Je stopt. Je gaat terug naar het punt waar het mis ging. Niet vanaf het begin — maar precies daar waar het misging. Je identificeert waar de fout zat, en je werkt juist dat stuk opnieuw door. Totdat het goed gaat. Paulus wist dat:
'Broeders, ikzelf denk niet dat ik het gegrepen heb. Maar één ding doe ik: vergetend wat achter is en mij uitstrekkend naar wat vóór is, jaag ik naar het doel om de prijs van de roeping van God, die van boven is in Christus Jezus.'
— Filippenzen 3:13-14 (HSV, © Stichting HSV en Royal Jongbloed 2010-2017)
Zo werkt geestelijk herstel ook. Dat is wat de Bijbel bekering noemt — niet blijven hangen in schuldgevoel over die valse noot, maar teruggaan naar de bron, je laten corrigeren door de Meester, en het opnieuw proberen. De brief aan Romeinen leert ons:
‘Zo is er dan nu geen veroordeling voor hen die in Christus Jezus zijn.’
— Romeinen 8:1 (HSV, © Stichting HSV en Royal Jongbloed 2010-2017)
Geen veroordeling. Niet: ‘Je hebt gefaald, dus je bent klaar.’ Niet: ‘Je hebt een fout gemaakt, dus je gave is niet echt.’ Maar: geen veroordeling. Ga terug. Doe het opnieuw. Leer van het moment waar het mis ging. En ga verder.
En misschien denk je nu: maar ik heb niet één fout gemaakt. Ik heb er zeven gemaakt! Al zou je zeventig gemaakt hebben. God spreekt daarover:
‘Want al valt een rechtvaardige zevenmaal, hij staat weer op, maar goddelozen struikelen in onheil.’
— Spreuken 24:16 (HSV, © Stichting HSV en Royal Jongbloed 2010-2017)
Zevenmaal. Niet één keer, niet twee keer — zevenmaal. En toch staat hij weer op. De Componist gooit Zijn compositie niet weg om zeven fouten. Want begrijp goed wie deze Componist is: Hij is niet een strenge dirigent die vanaf de zijlijn beoordeelt. Hij wil met jou samenwerken — wíj zijn Zijn medearbeiders:
‘Want Gods medearbeiders zijn wíj. Gods akker en Gods bouwwerk bent ú.’
— 1 Korintiërs 3:9 (HSV, © Stichting HSV en Royal Jongbloed 2010-2017)
De nadruk ligt op God. Het is Zijn akker, Zijn bouwwerk, Zijn initiatief. En Hij weet welke melodie Hij in je gelegd heeft:
‘Want wij zijn Zijn maaksel, geschapen in Christus Jezus om goede werken te doen, die God van tevoren bereid heeft, opdat wij daarin zouden wandelen.’
— Efeze 2:10 (HSV, © Stichting HSV en Royal Jongbloed 2010-2017)
Jij bent Zijn maaksel. Zijn compositie in uitvoering. En Jezus zegt niet: Ik vergeef je één keer, misschien twee. Jezus zegt zeventig maal zeven — en Hij preekt niet wat Hij zelf niet doet. Wees daarom nooit bang dat het te laat voor jou is. De hand die de compositie begon, houdt ook vast aan de voltooiing ervan:
‘Ik vertrouw erop dat Hij Die in u een goed werk begonnen is, dat voltooien zal tot op de dag van Jezus Christus.’ — Filippenzen 1:6 (HSV, © Stichting HSV en Royal Jongbloed 2010-2017)
‘De HEERE zal Zijn werk voor mij voltooien; Uw goedertierenheid, HEERE, is voor eeuwig; laat de werken van Uw handen niet los.’ — Psalm 138:8 (HSV, © Stichting HSV en Royal Jongbloed 2010-2017)
De beste pianisten hebben de meeste fouten gemaakt. Niet omdat ze slecht zijn — maar omdat ze het meest geoefend hebben. Omdat ze het meest hebben durven proberen. Fouten zijn geen bewijs dat je het niet kunt. Ze zijn oefenmomenten. De momenten waarop je het meest groeit — als je er tenminste niet bij blijft staan, maar erdoorheen gaat en je ogen altijd op de Auteur en Voleinder van jouw geloof houdt, Jezus Christus. En de Heilige Geest staat naast je bij elke fout. Niet met een vinger van veroordeling. Maar met een hand op je schouder die zegt: ‘Terug. Opnieuw. Je kunt dit.’
Maar er is nog een tweede drempel die mensen tegenhoudt — misschien nog stiller dan de fout zelf. De gedachte: ik ben te laat. Ik ben te oud. Ik had dit twintig jaar geleden al moeten beginnen. De trein is al vertrokken. Sommigen zijn niet bang voor hun fouten. Ze zijn bang voor hun kalender. Ze denken dat God nog wel iets kan met een misstap, maar niet met verloren jaren. Alsof de Componist Zijn werk weggooit na dertig jaar. Of zestig. Of tachtig. Maar Hij doet dat niet!
Geloof reageert altijd op Gods stem in het heden. Niet gisteren, niet over tien jaar — nu. En Gods genade begint elke ochtend opnieuw:
‘Het is de goedertierenheid van de HEERE dat wij niet omgekomen zijn, dat Zijn barmhartigheid niet opgehouden is! Nieuw zijn ze, elke morgen; groot is Uw trouw!’
— Klaagliederen 3:22-23 (HSV, © Stichting HSV en Royal Jongbloed 2010-2017)
Elke morgen een nieuw begin. Niet een herhaling van gisteren — maar nieuwe genade, nieuw vermogen, nieuwe kansen. En daar komt nog iets bij: God is niet gebonden aan onze tijdschema’s. God kan in één seizoen herstellen wat jij dacht dat tien verloren jaren onmogelijk hadden gemaakt. Misschien kijk je terug op jaren die je verspild vindt. Jaren van angst, uitstel, verkeerde keuzes of ongebruikte gaven. Maar God spreekt een opmerkelijke belofte uit:
‘Ik zal u de jaren vergoeden die de sprinkhaan heeft opgegeten.’
— Joël 2:25 (HSV, © Stichting HSV en Royal Jongbloed 2010-2017)
De Componist is niet in paniek omdat jij later begonnen bent dan je had gewild. Hij weet nog steeds hoe de melodie moet klinken. Hij kan de vrucht herstellen die jij dacht voorgoed kwijt te zijn. Want niets is voor onze God onmogelijk, noch voor diegene die op Hem vertrouwt.
Waarom perfectionisme geestelijke groei belemmert
Stel je voor dat een pianist zegt: ‘Ik begin pas met spelen als ik nooit meer een fout maak.’ Dan zou hij waarschijnlijk nooit echt beginnen. En soms doen wij geestelijk precies hetzelfde. We denken: eerst moet alles perfect zijn. Eerst moeten we alle antwoorden hebben. Eerst moeten we pastoraal sterk genoeg zijn, genoeg kennis hebben, genoeg ervaring hebben — en dán gaan we uitstappen.
Maar God zegt iets anders:
‘Immers, Zijn Goddelijke kracht heeft ons alles geschonken wat tot het leven en de godsvrucht behoort, door de kennis van Hem Die ons geroepen heeft door Zijn heerlijkheid en Zijn deugd.’
— 2 Petrus 1:3 (HSV, © Stichting HSV en Royal Jongbloed 2010-2017)
Alles wat je nodig hebt, is je al gegeven. Niet straks — nu.
De compositie bestaat al in de Geest. Jouw leven leert het stap voor stap te spelen.
De Heilige Geest voltooit wat Hij begonnen is — maar jij moet de toetsen indrukken. Let op de woorden ‘door de kennis van Hem’. Dit kost tijd. Wedergeboorte is direct, doop met de Heilige Geest is van het ene op het andere moment, maar Hem kennen kost tijd in intimiteit met Hem, elke dag opnieuw. Jezus bracht nachten door in gebed met Zijn Vader. Wij overleven soms nauwelijks vijf minuten zonder onze telefoon — maar zo zou ons verlangen naar onze hemelse Vader moeten zijn. De vraag is alleen: wie missen we vaker? Misschien begint groeien precies daar.
Je groeit door oefening, niet door te wachten tot je perfect bent. En terwijl je oefent, zit niet iedereen op dezelfde maat. De een oefent nog maat één, de ander is al op pagina twee. Dat is geen probleem — dat is het lichaam van Christus. Wij hebben elkaar nodig. Wat de Heilige Geest jou geopenbaard heeft, heeft Hij misschien nog niet aan een ander geopenbaard. En wat een ander al speelt, kan jou verder brengen.
En het mooie is dit: je hoeft het hele muziekstuk niet te kennen voordat je het kunt delen. Dat ene stukje dat God jou geleerd heeft — wat Hij in jouw hart tot leven heeft gebracht — dat kun je al delen met ieder die je tegenkomt. Paulus zegt het helder:
‘Aan ieder echter wordt de openbaring van de Geest gegeven tot wat nuttig is voor de ander’
— 1 Korintiërs 12:7 (HSV, © Stichting HSV en Royal Jongbloed 2010-2017)
Niet om te imponeren. Niet om te bewijzen hoe ver je al bent. Tot nut voor de ander. Want iemand daarbuiten mist zijn bevrijding, zijn genezing, of woord van bemoediging en van kennis — als jij niet wandelt in wat God jou toevertrouwd heeft. Dat maakt je groei niet minder urgent — het maakt het veel urgenter!
Jouw gave is bedoeld voor een ander
Denk aan voedsel dat de mond ingaat maar daar blijft — het bereikt nooit het lichaam. Zo is een gave die je voor jezelf houdt: ontvangen, maar niet doorgegeven. Voedt niemand.
Paulus verbindt dat direct aan jouw eigen groei:
‘Geef acht op uzelf en op de leer. Volhard daarin. Want wanneer u dat doet, zult u zowel uzelf behouden als hen die u horen.’
— 1 Timoteüs 4:16 (HSV, © Stichting HSV en Royal Jongbloed 2010-2017)
Jouw gehoorzaamheid redt niet alleen jou. Ze bereikt ook de mensen die naar jou luisteren. Jouw oefening heeft een publiek — ook al zie je dat publiek nog niet.
De Componist is nog niet klaar
Laat me je een paar vragen meegeven ter overdenking.
- Waar wacht jij nog op perfectie voordat je durft te spelen? Welke noot in jouw leven durf je niet (meer) aan te slaan omdat je bang bent dat het vals klinkt?
- Voor wie speel jij? Want misschien ben je daar nooit achter gekomen. Misschien heb je jezelf nooit toestemming gegeven om uit te vinden wat jouw muziek is — en wie jouw publiek is. Vraag het aan de Heilige Geest. Hij leidt je in de volle waarheid van Christus. Menselijke inspanning kan informatie overdragen, maar alleen de Heilige Geest kan het innerlijk openbaren.
Toch is er iets dat nog belangrijker is dan jouw gave.
Een pianist kan technisch briljant spelen en toch de componist nooit ontmoeten. Zo kunnen wij ons richten op gaven, bediening, kennis, groei en vrucht — en vergeten waarom God dit alles geeft. Jezus definieerde eeuwig leven niet als kracht, succes of bediening. Hij zei:
‘En dit is het eeuwige leven, dat zij U kennen, de enige waarachtige God, en Jezus Christus, Die U gezonden hebt.’ — Johannes 17:3 (HSV, © Stichting HSV en Royal Jongbloed 2010-2017)
Geestelijke gaven zijn prachtig. Groei ervan is belangrijk. Gehoorzaamheid is noodzakelijk. Maar het hoogste doel blijft Hem kennen. Niet alleen weten wat de Componist geschreven heeft, maar wandelen met de Componist zelf. De rest vloeit voort uit dat kennen. Hier is wat ik weet:
De Componist eindigt Zijn stuk niet met een fout. Hij blijft vormen, verfijnen en polijsten totdat het af is. Hij wist al vanaf het begin hoe het moest klinken. Alleen jij als speler moet erin groeien en je eraan overgeven.
Want niet jij componeert het — ook al lijkt het soms zo. Je vloeit erin mee. Je volgt Zijn lijnen, Zijn tempo, Zijn intentie. Je bent niet De Schepper — je bent de uitvoerder. Medearbeider in het veld.
Jouw verhaal klinkt nog niet zoals het straks zal klinken. Misschien klinkt het nog als een soep van losse noten, maar Hij is nog niet klaar met jou!
Dus blijf oefenen. Blijf volharden. Blijf spelen.
Want God zoekt geen mensen die alles al perfect kunnen.
God zoekt mensen die zeggen:
‘Hier ben ik, Heer — stuur mij, vorm mij terwijl ik U gehoorzaam.’